Trouw | Regeringscommissaris Franco moet op Sint-Eustatius twee kanten op vegen

Hans Marijnissen

Spies vroeg nadrukkelijk aandacht voor de willekeur en chaos aan de Nederlandse kant | ANP

De zojuist benoemde regeringsfunctionaris Mike Franco zal schoon schip maken bij het bestuur op Sint-Eustatius. Maar hij moet ook de wanorde aan de Nederlandse kant aanpakken.

De Curaçaose politicus Mike Franco wordt de regeringscommissaris op Sint-Eustatius, meldt het ministerie van binnenlandse zaken. Oud-burgemeester van Tubbergen Mervyn Stegers (CDA) is Franco’s plaatsvervanger. Franco is oud-voorzitter van het Curaçaose parlement. Staatssecretaris Raymond Knops van koninkrijksrelaties draagt beiden voor om het bestuur op Sint-Eustatius over te nemen.

Wie de Kamerbrief van Knops over de chaos op Sint-Eustatius legt náást het rapport van de commissie Spies, die in 2015 al de nieuwe situatie op de BES-eilanden evalueerde, ontdekt een opmerkelijk verschil.

Knops schrijft in zoveel woorden dat het eilandsbestuur wordt gekenmerkt door wetteloosheid en financieel wanbeheer, en er sprake is van discriminatie, intimidatie, willekeur en machtswellust. Daarom is ingrijpen volgens hem noodzakelijk.

Liesbeth Spies, die de omvorming van Sint-Eustatius beschreef van een van de zes Nederlandse Antillen tot een ‘bijzondere gemeente’ van Nederland, waarschuwde drie jaar geleden ook al voor die bestuurlijke chaos. Maar ze vroeg daarnaast nadrukkelijk aandacht voor de grote teleurstelling op het eiland, vijf jaar nadat de nieuwe status werkelijkheid werd. En de toenemende armoede. En, misschien nog belangrijker: de willekeur en chaos aan de Nederlandse kant. Bij de departementen in Den Haag.

Nu de ambtelijke troepen zijn binnengetrokken

Nu staatssecretaris Knops met zijn ambtelijke troepen Oranjestad is binnengetrokken om de overname aan te kondigen, kan het geen kwaad nog eens heel goed naar de analyse van Spies te kijken. Ze beschrijft dat de overgang in 2010 van een Antilliaans bestuur naar een Europees Nederlands bestuur voor veel bewoners ongewenst was en bijzonder snel is verlopen, en zij de veranderingen van het proces vaak niet hebben begrepen, laat staan dat zij er invloed op hadden. Na het wegvallen van de bestuurslaag van de Nederlandse Antillen schoven twee totaal verschillende werelden volgens haar tegen elkaar. Te hard, blijkt na ruim zeven jaar.

Ondertussen verharden volgens Spies de relaties, en is er in de zeer kleine gemeenschap een voedingsbodem ontstaan voor ‘cliëntelisme en normvervaging’

Nederland kreeg het op 8000 kilometer afstand direct voor het zeggen, en investeerde weliswaar in de gezondheidszorg en het onderwijs. Maar de positieve effecten worden op het eiland overschaduwd door een breed gevoelde en sinds 2010 alleen maar toegenomen teleurstelling. De levensstandaard is namelijk voor veel mensen, ook die met werk, sterk gedaald. Veel inwoners zijn dag in dag uit bezig te overleven, terwijl zij dáchten dat eenmaal in een Nederlandse gemeente, er beter voor hen gezorgd zou worden.

Ieder ministerie een eigen beleid

Zo gingen ze er vanuit dat de bijstandsuitkeringen gelijk zouden worden getrokken met die van de andere gemeenten in Nederland. Niets is minder waar: die is naar Caribische maatstaven aangepast op 111 dollar per twee weken, grofweg vier keer minder dan in Nederland. Bij het verstrekken van uitkeringen wordt er in hun ogen dus met twee maten gemeten, maar als het gaat om strenge regels en de handhaving daarvan, maken controleurs opeens géén verschil tussen Caribisch en Europees Nederland en treden ze hard op.

Daarnaast voert ieder Haags ministerie een eigen beleid op het eiland, een versnippering waar maar weinig bestuurders en ambtenaren raad mee weten. Spies spreekt van een willekeurige en zelfs tegenstrijdige aanpak aan Nederlandse zijde. De bewoners hebben volgens haar het gevoel dat ze geregeerd worden van veraf, door mensen die zelden de moeite nemen om te zien en te horen wat de inwoners op het eiland beleven.

Ondertussen verharden volgens haar de relaties, en is er in de zeer kleine gemeenschap een voedingsbodem ontstaan voor ‘cliëntelisme en normvervaging’. Ze waarschuwt in haar rapportage uit 2015 met precies dezelfde bewoordingen als Knops in zijn brief van deze week. Maar Spies heeft het ook over begrip voor Sint-Eustatius, ruimte voor zelfontplooiing van de bevolking en investering in onderling vertrouwen. Indirect opent ze daarmee een venster voor de regeringscommissaris die drie jaar na haar evaluatie op het eiland zal landen: Kijk ook eens naar het Nederlandse handelen.

Waarom gaat het op Saba wel goed?

De afstand tussen The Bottom op Saba en Oranjestad op Sint-Eustatius bedraagt nog geen 32 kilometer, ze zijn beide kleiner dan een Waddeneiland en hebben maar enkele duizenden inwoners. De zeer kleine gemeenschappen hebben als eiland grote algemene voorzieningen als een eigen vliegveld, een haven, een ziekenhuis en een elektriciteitscentrale. De overheid is de grote werkgever, het toerisme is belangrijk maar bescheiden en alleen Sint Eustatius verdient nog aan een olieterminal.

Maar waarom gaat het op Sint-Eustatius dan zo slecht en op het rustige Saba zo goed? Dat antwoord kan liggen in het feit dat in 1635 bij Saba een Engels schip ten onder ging en dat daarmee de eerste Europese bewoners voet aan wal zetten. Die ‘witte’ nederzetting, trok weer Schotten, Ieren en Zeeuwen aan, die later vreedzaam zouden samenleven met de afstammelingen van de Afrikaanse slaven. Saba is welvarender, groener, goed onderhouden en daardoor toeristisch aantrekkelijker, mede door het stabiele bestuur dat sinds 2008 onder leiding staat van Jonathan Johnson, tot dan de onkreukbare directeur van de middelbare school van Saba.

Sint Eustatius was alleen in de slaventijd welvarend toen op de vlakte van het eiland enorme plantages konden worden bewerkt. Met de afschaffing van de slavernij, verdween die welvaart en bleven de afstammelingen achter op een eiland dat verder weinig te bieden heeft. De enkele toeristen bezoeken de vulkaankrater, maar mooie stranden zijn er niet. Belangrijkste politicus hier is de progressieve Clyde van Putten die niets moet hebben van het ‘koloniale’ Nederland. Door zijn controversiële beleid van vriendjespolitiek en intimidatie heeft de economie van het eiland na de nieuwe status nauwelijks kunnen aantrekken.

Bron: trouw

2 Reacties op “Trouw | Regeringscommissaris Franco moet op Sint-Eustatius twee kanten op vegen

  1. Ik denk dat deze man geen politieke ambities meer heeft. Het is onvoorstelbaar dat deze man zich ooit verkiesbaar zal stellen. Het is iemand van de laagste soort, het soort dat gedurende de slaventijd zijn eigen rasgenoten aan de blanken verkocht, het soort dat andere slaven verraadde om bij de blanken in een goed blaadje proberen te komen, de Judas die voor 30 zilverstukken zijn eigen broeders verkocht.

  2. “Sint Eustatius was alleen in de slaventijd welvarend”….
    Was Sint Eustatius toen werkelijk welvarend? Hoedanook, anno 2018 zijn wij eindelijk bijna weer bij “af”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *