Uithaal naar ‘Curaçaose elite’

Meindert FennemaWillemstad/Amsterdam – Volkskrant-columnist Meindert Fennema komt in zijn nieuwste column terug op de ‘beroering’ die op Curaçao is ontstaan over zijn bijdrage van twee weken geleden. Dit keer haalt hij uit naar de Curaçaose elite onder de kop: ‘Het enige zwarte waar de Antilliaanse elite dol op is, is zwart geld’.

Advertentie

In zijn vorige stuk voor Volkskrant. nl beschreef hij hoe hij toevallig aanwezig was in het Curaçaosch Museum toen kunstenaar Yubi Kirindongo zijn werk weghaalde, omdat hij niet tevreden was over de plek die zijn kunst daar kreeg.
Volgens Fennema was hij boos op curator Jennifer Smit, die hij (in het Papiaments) iets beledigends zou hebben toegeroepen.
Twee ‘kwaliteitskranten’ op Curaçao hebben over zijn column geschreven, aldus Fennema in zijn nieuwe column.
Het Antilliaans Dagblad onder de kop ‘Fennema beledigt’ en de Amigoe ‘riep bij monde van oud-hoofdredacteur (sic) Hans Vaders op om mij de komende jaren van het eiland te weren’.
De culturele elite is ‘overwegend blank’ vervolgt Fennema.

,,Dat geldt voor de eigenaar en hoofdredacteur van het Antilliaans Dagblad, Michael Willemse; voor journalist en schrijver Hans Vaders en voor kunstpaus Jennifer Smit.”

Daar tegenover plaatst hij de kunstenaars Felix de Rooy en Norman de Palm (‘mulat’) en ‘de twee bekendste kunstenaars van Curaçao, Frank Martinus Arion en Kirindongo.

,,Die zijn zwart.”

In zijn betoog stelt de columnist dat de twee laatsten hun succes in Nederland behaalden en niet op Curaçao.

,,Over Arion werd in de Curaçaose bovenlaag altijd een beetje meesmuilend gedaan.”

De schrijver werd pas twintig jaar na zijn dissertatie in Amsterdam tot hoogleraar benoemd aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen ‘toen hij al 73 was’.

Kirindongo ‘wordt niet behandeld als een Curaçaose Karel Appel’.

Fennema, emeritus hoogleraar politicologie, verklaart dit door de rassenscheiding op Curaçao.

,,Het racisme onder Curaçaoënaars is een open riool.”

De elite trouwt niet met een zwarte Antilliaan, maar met ‘blanke Venezolanen, Dominicanen, Colombianen of Nederlanders’.
Daarna gaat Fennema terug naar de 19de eeuw, toen ‘de protestantse elite’ de macht moest delen met ‘een Portugees-Joodse elite’.

,,Pas na de Tweede Wereldoorlog wist een mulat, M.F. Da Costa Gomez, het bestuurlijke monopolie van de blanke elites te doorbreken.”

En na de opstand van mei 1969 ‘drongen ook zwarte Antillianen door tot het landsbestuur’.

Hij citeert zijn schoonvader: ,,Na mei 1969 was elke kakdoos opeens een Meneer kakdoos”.

Toch bleef ook daarna de economie en de cultuur ‘gedomineerd door blanke elites’. Blanke Curaçaoënaars zijn volgens Fennema belastingontduikers.

,,Notaris Anton Smeets was in 1940 uitvinder van de constructie waarmee geld van Nederlandse bedrijven tijdens de bezetting in veiligheid werd gebracht door hun zetel te verplaatsen naar de Nederlandse Antillen.”

Voor Curaçao het begin als ‘lucratieve fiscale vluchtheuvel voor multinationals’.
De Curaçaose elite heeft zich ‘nooit bekommerd om hun zwarte landgenoten’.
De regering in Willemstad stuurde de zwarte onderklasse ‘met een gratis vliegticket naar Nederland’.

,,Het enige zwarte waar de Antilliaanse elite dol op is, is zwart geld’, aldus Fennema in de Volkskrant.
Voor een omschrijving van het Antilliaanse volkskarakter verwijst hij tot slot naar het proefschrift van Marion van San over criminele Antillianen in Rotterdam ‘met de veelzeggende titel Steken en Stelen’.

Naschrift

redactie Antilliaans Dagblad:

Typisch Fennema: een ex-communist en intellectuele hooligan, waarvan je mag hopen dat zijn vader (keurmeester van een slachthuis in Zeist) een beter oordeelsvermogen had dan hijzelf. Maar het voornaamste bezwaar is dat hij in zijn laatste column elite als containerbegrip gebruikt voor zowel rijken als intellectuelen, en over ‘de’ elite als geheel een oordeel velt dat niet door feiten wordt gedragen.
Dagelijks zijn talloze mensen die Fennema tot de elite rekent bezig om Curaçao op te bouwen, maatschappelijk werk te verrichten, arme mensen te helpen, of projecten van anderen op sportief, educatief en cultureel gebied te ondersteunen, financieel of anderszins. Met zijn uitspraken kwetst hij een grote groep mensen.

Bron: Antilliaans Dagblad

Advertentie

back home

0 Reacties op “Uithaal naar ‘Curaçaose elite’

  1. Niet alle witte Nederlanders (autochtone Nederlanders) zijn slim. Sommigen hebben het iq van een goudvis. Zo ook Fennema.

  2. Remigrant

    Ongeacht of men het wel of niet eens is met de beweringen van Fennema: kan iemand mij de relevantie in deze uitleggen van beroep van zijn vader?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *