Van der Dijs wacht op antwoord OM

Omayra LeeflangWillemstad – In de brief van advocaat Chester Peterson aan de hoofdofficier van justitie – waarin hij een aanklacht doet tegen Omayra Leeflang namens Lovers, directeur Oswald van der Dijs en Vanddis – doet de advocaat zijn beklag over een oude aangifte die nooit in behandeling is genomen.

Op 7 juni 2011 heeft de advocaat in opdracht van Oswald van der Dijs aangifte gedaan tegen president van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) Emsley Tromp. Van der Dijs verwijt de bankpresident eenvoudige belediging, belediging, smaad, smaadschrift en/of laster. Dit staat in de brief die afgelopen vrijdag aan de hoofdofficier is gestuurd.

Omayra Leeflang wordt voor dezelfde overtredingen aangeklaagd, maar dan door zowel Lovers als Van der Dijs en Vanddis. In de brief is een termijn van dertig dagen gesteld, omdat op de aangifte tegen Tromp nooit een reactie is gekomen. ,,Mijn cliënten vatten dit zeer hoog op en laten het niet hierbij rusten. De beschuldigingen zijdens Tromp en Leeflang zijn strafbaar en mijn cliënt vordert dat u daartegen optreedt. Zo niet zal zij, bij ommekomst van de hiervoor aangegeven termijn, zonder enige nadere mededeling aan u, het Hof adiëren (zich tot het Hof wenden, red.) teneinde u tot uw werk aan te sporen”, aldus Peterson.

Volgens de advocaat is het voor Van der Dijs onaanvaardbaar dat Tromp hem valselijk zou hebben beticht van ‘corruptieve handelingen’, in samenwerking met ministers van Curaçao.

,,Met name schieten de valse aantijgingen bij hem in het verkeerde keelgat, omdat hij, met vele opofferingen in zijn privéleven, zich inzet voor de ontwikkeling van Curaçao en haar bevolking.”

Na de aangifte van 7 juni 2011 is er herhaaldelijk een herinneringsbrief naar de hoofdofficier van Justitie gegaan, aldus Peterson. Daarop is nooit een reactie van het Openbaar Ministerie gekomen.

,,Mijn cliënten verwachten dat het Openbaar Ministerie deugdelijk functioneert. Mijn cliënten zijn genegen te concluderen dat het Openbaar Ministerie ontspeend is van enige effectiviteit en dito geloofwaardigheid als onafhankelijk opsporings- en vervolgingsinstituut in Curaçao.”

Bron: Antiliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *