Veranderingen Wetboek van Strafvordering

wettenVooropgesteld zij dat het nieuwe wetboek geschreven is voor het directe gebruik in vier landen: Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in Caribisch Nederland. Dat vergde nog al wat wetstechnische aanpassingen.

Advertentie

De Nederlandse Wet herziening regels betreffende de processtukken in strafzaken (zie: Wet herziening regels betreffende de processtukken in strafzaken, 1 december 2011, Stb. 2011, 601, inwerkingtreding 1 januari 2013, Stb. 2012, 408, w.o. 32468) is in het wetboek omgezet, waardoor duidelijk is gesteld, dat de officier van justitie de samensteller is van die stukken en waarin ook een klachtprocedure is opgenomen (artikelen 4, 50a en passim). Verdere veranderingen in het eerste boek: het creëren van de mogelijkheid gebruik te maken van tele-horen (artikel 5a); het herschrijven raadkamer procedureregels (artikel 38 en verder); het verduidelijken van de regeling van het strafrechtelijk kort geding door het nadrukkelijk toelaten van vorderingen ten tijde van de executie- en uitleveringsfase en het creëren van een appelmogelijkheid in alle gevallen (artikel 43).

Vervolgens zijn de consequenties van het zogenaamde Salduz-arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens opgenomen, namelijk de mogelijkheid om een advocaat te consulteren voor het eerste (meestal: politie-) verhoor en het opnemen van een bevoegdheid voor raadslieden de politieverhoren bij te wonen (artikel 48), waarbij wordt opgemerkt dat in de toekomst alle politieverhoren van verdachten van misdrijven, waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is, dienen te worden opgenomen (artikel186).Toevoeging van raadsman zal dientengevolge op een iets eerder moment geschieden (artikel 62).

Een aparte titel (tweede boek, titel II) is gewijd aan het slachtoffer, waarin alle rechten zijn verzameld, inclusief diens mogelijkheden het zogenaamde spreekrecht ter zitting uit te oefenen en om schadevergoeding te verkrijgen. Ook de deskundige heeft zijn eigen titel gekregen, zij het dat bepalingen omtrent de deskundige ook elders in het wetboek te vinden blijven.

Belangrijkis dat een bevoegdheid tot aanhouding buiten heterdaad ook toekomt aan buitenlandse opsporingsambtenaren indien zij op volkenrechtelijke basis handelen: men denke aan Franse politieambtenaren die op Sint Maartenhandelen overeenkomstig het Verdrag eiland-brede samenwerking op politiegebied op Sint Maarten of – meer algemeen – aan handelingen in het kader van het Verdrag inzake drugssmokkel over zee.

In artikel 78 is het onderzoek aan lichaam en kleding meer uitgeschreven. De DNA wetgeving is herzien. De politie én de rechter-commissaris kunnen DNA-onderzoek bevelen aan gevonden objecten (artikel 79), terwijl het betrokken bevel aan verdachten slechts door bemiddeling van de rechter-commissaris kan worden gegeven (artikel 235a en verder). Ingevoerd wordt de mogelijkheid personen op te houden voor identificatie (artikel 80) en de bekende zes-uur termijn is uitgebreid tot negen uren in verband met de ingevoerde consultatie van advocaten. Het uitreiken van een dagvaarding wordt met zoveel woorden gerangschikt onder het belang van het onderzoek, als mogelijke reden voor inverzekeringstelling (artikel 83). De termijn van een inverzekeringstelling wordt twee maal drie dagen in plaats van de huidige twee respectievelijk10 dagen (artikel 87). Tegen een negatieve beschikking van de rechtmatigheidstoets van de inverzekeringstelling is voor het openbaar ministerie een beroepsmogelijkheid opgenomen. De rechtspositie van een inverzekeringgestelde op een politiebureau is versterkt (artikel 90).

Het systeem van de voorlopige hechtenis (artikel 92 en verder) gaat enigszins op de schop: de termijnen worden anders: voor bewaring maximaal veertien dagen (artikel 93), in plaats van de huidige tweemaal acht dagen. De gevangenhouding kan in eenmaal voor maximaal 90 dagen worden gegeven (artikel 98). De gevallen en gronden voor voorlopige hechtenis worden versmald teneinde de voorlopige hechtenis terug te dringen (artikelen 100 en 100a). Wel zullen door de rechter veroordeelde verdachten eerder hun straf moeten uitzitten (artikel 104a).

De mogelijkheden om over te gaan tot inbeslagneming worden verbreed. Voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen en om wederrechtelijk voordeel aan te tonen, alsmede voorwerpen waarvan de verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer kan worden bevolen, en bovendien voorwerpen strekkende tot bewaring van het recht van verhaal tot het betalen van het wederrechtelijk verkregen voordeel of strekkende tot bewaring van het recht van verhaal tot betaling van een geldboete of van een slachtoffermaatregel (artikel 119a), kunnen in beslag worden genomen.

De regeling van inbeslagneming is verder uitgebreid aangepast (artikel 120 e.v.). De mogelijkheid tot het bevriezen van de toestand totdat de bevoegden zijn gearriveerd is ingevoegd (artikel 121). ‘Huiszoeken’ is vervangen door ‘doorzoeken’. De doorzoeking kan geschieden zonder lijfelijke aanwezigheid van de rechter-commissaris op voorwaarde dat deze in het geval dat er een woning of een andere privacygevoelige ruimte moet worden doorzocht een machtiging heeft verleend (artikel 122). De afweging voor het vorderen van uitlevering van stukken en zoeking van kantoren of huizen van journalisten behoeftspeciale aandacht (bijvoorbeeld artikel 125 lid 3). In voorkomende gevallen mag de rechter-commissaris wel zelf een doorzoeking verrichten (artikel 130). De beklagregeling is evenzeer uitgebreid, mede in verband met de bijzondere opsporingsbevoegdheden en de opkomst van het digitale tijdperk (artikel 150). Dit laatste vergt ook een aanpassing van de doorzoekingsbevoegdheden in geautomatiseerde werken (artikel 167).

De bijzondere opsporingsbevoegdheden (artikel 177h en verder) zijn bij aparte landsverordening reedsonlangs ingevoerd. In deze artikelen zijn de voorgestelde wijzigingen dan ook gering: een aanpassing aan de opgenomen bepalingen omtrent de processtukken is uiteraard opgenomen (artikel 177k); opgenomen is een regeling van de telefoontap, wanneer de gebruiker van het toestel zich in een andere Staat en dus buiten het Koninkrijk bevindt (artikel 177ra); en tot slot is toegevoegd een speciale titel XXII voor de situatie dat er behoefte is voorwerpen, vervoermiddelen of kleding te onderzoeken in het geval dat er aanwijzingen zijn van terroristische activiteiten (artikel 178).

Zoals al aangekondigd, wordt in artikel 186 de verplichting opgenomen om in zwaardere zaken een verhoor door politieambtenaren op te nemen met audio en zo mogelijk visuele apparatuur. De officier van justitie kan een deskundige benoemen (artikel 190); de verdachte kan om een tegenonderzoek verzoeken. Hulpofficieren van justitie kunnen in beginsel slechts met instemming van de procureur-generaal worden benoemd (artikel 191). De positie van rechter-commissaris wordt veranderd van een actieve naar een meer rechterlijke en enigszins toezichthoudende en afwachtende rol. Het gerechtelijk vooronderzoek als zodanig wordt afgeschaft: wel kunnen het openbaar ministerie en de verdachte de rechter-commissaris, zolang de terechtzitting niet inhoudelijk is aangevangen, vragen bepaalde onderzoekshandelingen te verrichten (artikel 221 en verder), in welk geval hij ook ambtshalve kan optreden. De rechter-commissaris kan een regiezitting organiseren met de verzoeker(s) (artikel 225). Hij is de autoriteit, die kan bepalen of er een DNA-onderzoek zal worden verricht (artikel 235a en verder). De regeling van de beëdiging voor het verhoor door de rechter-commissaris is uitgebreid (artikel 250) en – zoals gezegd – er is een centrale regeling opgenomen voor het vorderen van medewerking van journalisten (artikel 252a).  Verder is de regeling van de bedreigde getuige herzien (artikel 261) en een regeling opgenomen voor kroongetuigen (artikel 261f) en afgeschermde getuigen (artikel 261l). In vervolg op de algemene bepalingen omtrent de deskundigen, is de relatie rechter-commissaris en de deskundige herzien (artikel 262). Met het verwijderen van het gerechtelijk vooronderzoek uit de wet, is ook de ingewikkelde regeling van de sluiting van dat onderzoek kunnen komen te vervallen (artikel 272). Wanneer het openbaar ministerie een vervolging overweegt, dient zo’n vervolging wel onverwijld aan te vangen (artikel 276), dan wel dient in het tegenovergestelde geval de officier zo snel mogelijk een kennisgeving van niet-verdere vervolging te sturen. Een eventueel nieuw onderzoek kan slechts in uitzonderingsgevallen worden toegelaten (artikel 282).

Ook de terechtzitting wordt enigszins gestroomlijnd: de voorzitter krijgt meer mogelijkheden om tevoren maatregelen te nemen, opdat de kans op tijdrovende aanhoudingen wordt verkleind (artikel 284). Ook het slachtoffer wordt ter zitting opgeroepen (artikel 287a). De mogelijke redenen voor de officier van justitie om te weigeren getuigen of deskundigen op te roepen zijn nu opgesomd in de wet (artikel 289a). De procedure ter behandeling van een bezwaarschrift tegen de dagvaarding wordt in het vervolg behandeld door de rechter in eerste aanleg (artikel 293), met als gevolg dat er bij buitenvervolgingstelling een beroepsmogelijkheid is gecreëerd (artikel 298).

Uit Nederland is overgenomen de mogelijkheid voor een gedagvaarde verdachte zijn raadsman te machtigen hem te vertegenwoordigen (artikel 306). Niet opgeroepen getuigen of deskundigen kunnen alsnog door het Gerecht worden opgeroepen op in de wet genoemde gronden (artikel 318). Er wordt een mogelijkheid ingevoerd om een getuige beperkt anoniem te verhoren(artikel 323). Het spreekrecht van een slachtoffer kan ook door anderen worden uitgeoefend (artikel 352a).

De officier van justitie krijgt een ruimere gelegenheid de tenlastelegging te wijzigen en de mogelijkheid wordt geopend dat een van de zittende rechters als rechter-commissaris optreedt om na aanvang van de openbare terechtzitting een of meer getuigen of deskundigen te verhoren en daarna toch weer op te treden als zittingsrechter (artikel 359). Ter stroomlijning van de behandeling van strafzaken is verder bepaald dat gegeven beslissingen in een strafzaak in beginsel in stand blijven, ook na een eventuele schorsing (artikel 365). De mogelijkheid om een verkort proces-verbaal op te maken van een terechtzitting wordt wettelijk geregeld en gekoppeld aan artikel 402 (artikel 370a).

Het bewijsrecht wordt niet principieel veranderd. De motiveringsplicht na gebruik van, kort gezegd, anoniem afgelegde verklaringen, wordt in de wet opgenomen (artikel 387a). In het onlangs gewijzigde artikel 402 is het tweede lid anders geformuleerd om de wil van de wetgever te onderstrepen, dat alle verweren met evenveel energie worden tegemoet getreden. De ontvankelijkheid van een benadeelde partij wordt uitgebreid (artikel 404). Ook ontvangt de benadeelde partij desgevraagd een afschrift van het vonnis (artikel 410). De rechters kunnen kennelijke misslagen in hun vonnis eenvoudiger herstellen (artikel 411a).

Bij de rechtsmiddelen is opgenomen dat de rechter-commissaris na het instellen van het appel desgevraagd weer onderzoekshandelingen kan verrichten (artikel 439a). De positie van de benadeelde partij in hoger beroep wordt nader geregeld (artikel 440a). Het instellen van hoger beroep wordt in die zin gewijzigd dat de oproeping om ter terechtzitting te verschijnen gelijk aan een gemachtigde kan worden uitgereikt (artikel 446). De procureur-generaal wordt bevoegd een appel, ingesteld door het openbaar ministerie, weer in te trekken (artikel 450). De herzieningsregeling is, in navolging van Nederland, belangrijk gewijzigd, inclusief de herziening ten nadele. Bij deze laatste modaliteit hebben wij ons echter beperkt tot het opzettelijk doden van een ander, met andere woorden: tot moord en doodslag (artikel 475) en is terugwerkende kracht niet overgenomen van het Nederlands voorbeeld.

De strafvordering tegen jeugdigen is aangepast aan de boven gememoreerde Salduz-problematiek. Het afschaffen van de berisping als straf in het Wetboek van Strafrecht heeft gevolgen gehad voor dit onderdeel van de wet. De aparte regeling voor berechting van verdachten, bij wie tijdens het begaan van het feit gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing van de geestvermogens bestond (artikel 499 en verder), is afgeschaft aangezien van deze procedure bijna nooit gebruik werd gemaakt en het eventuele resultaat ook kan worden bereikt door een normale procedure, indien gewenst, met gesloten deuren. De regeling voor verschoning van rechters (artikel 504 en verder) is vereenvoudigd en de wrakingsregeling is vereenvoudigd en in die zin aangepast, dat onwelgevallige beslissingen (artikel 512 lid 2) niet kunnen leiden tot wraking.

Er is een regeling opgenomen voor een aparte vordering onttrekking aan het verkeer (artikel 554a). De internationale rechtshulp is licht herzien: het accent van de feitelijke behandeling van deze zaken is verlegd van de ministeries van justitie naar het openbaar ministerie (artikel 556 lid 3). Het primaat van de verdragen wordt onderstreept door het laten vervallen van de verlof-procedure bij het Hof (bijvoorbeeld artikel 562a) bij het ter beschikking stellen van resultaten van het gewenste onderzoek. De overige wijzigingen betreffen vooral moderniseringen aan de hand van de steeds aangepaste Nederlandse wetgeving, zoals de introductie van de bijzondere opsporingsmethoden. De mogelijkheid voor het instellen van gemeenschappelijke onderzoeksteams is geregeld (men denke aan Sint Maarten! Artikel 565a) en de regeling overdracht tenuitvoerlegging van strafvonnissen is eveneens (iets) aangepast: opgenomen is ook een regeling betreffende de tenuitvoerlegging in het Land van bij verstek gewezen beslissingen(artikel 593a en verder) en evenzeer betreffende de tenuitvoerlegging van een in het land bij verstek gewezen beslissing in een vreemde staat (artikel 596a en 596b). Verder is de overdracht en overname van de gehele strafvervolging geregeld (artikel 604a en verder).

In het laatste boek worden de onderwerpen tenuitvoerlegging en kosten behandeld. De gratie-regeling wordt uitgeschreven zonder dat spectaculaire veranderingen worden voorgesteld (artikel 610 en verder). In het deel over de tenuitvoerlegging van veroordelende vonnissen worden bijzondere opsporingsbevoegdheden geïntroduceerd (artikel 620 en 634a en verder). de betekeningsvoorschriften worden iets gemoderniseerd (artikel 642 en 643) en tot slot wordt de schadecompensatie tot slot integraal opgenomen in de artikelen 648 en verder, waarbij er een fusie heeft plaatsgevonden tussen de bepalingen van titel XVII van het derde boek, regelende de vergoeding van schade geleden na een (on)rechtmatige toepassing van strafrechtelijke dwangmiddelen en de op deze plaats voorkomende regeling van vergoeding van schade, die de niet veroordeelde verdachte heeft moeten maken voor zijn verdediging.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *