Verzoek gouverneur ‘bevreemdde’ Schotte

Gerrit Schotte

Het verzoek van de gouverneur aan het (toenmalig en inmiddels geschorste) hoofd Edsel Gumbs van de Veiligheidsdienst (CDC) heeft Gerrit Schotte, als minister-president, bevreemd.

Willemstad – Het verzoek van de gouverneur aan het (toenmalig en inmiddels geschorste) hoofd Edsel Gumbs van de Veiligheidsdienst (CDC) heeft Gerrit Schotte, als minister-president, bevreemd. Dat schrijft hij aan de Staten. Met name ook door de verwijzing naar artikel 43, lid 2, van het Statuut.

,,Ik kan die verwijzing slechts begrijpen als een in algemene zin bedoelde waarschuwing, waarbij de gouverneur aangeeft dat het onverhoopt uitblijven van de afronding van het door de VDC begonnen ‘feitenonderzoek’ hem als orgaan van het Koninkrijk mogelijk in een positie zou kunnen brengen die hem zou noodzaken tot berichtgeving aan de regering van het Koninkrijk op grond van artikel 15 van het Reglement van de Gouverneur, die de Raad van Ministers van het Koninkrijk mogelijk aanleiding zou kunnen geven tot de toepassing van artikel 51 van het Statuut.”

Naar de mening van Schotte ‘is er geen eigen bevoegdheid van de gouverneur als landorgaan’ met betrekking tot de uitvoering van de in het Landsbesluit bedoelde richtlijnen ten aanzien van de te benoemen ministers.

,,De benoeming van ministers voor het Land Curaçao is op grond van artikel 41 Statuut een landsaangelegenheid, evenals ingevolge artikel 43 lid 1 Statuut de zorg voor deugdelijkheid van bestuur.”

Tevens behoort het op grond van artikel 15 van de rijkswet houdende het Reglement voor de Gouverneur van Curaçao tot de taak van de gouverneur als orgaan van het Koninkrijk om te waken over het algemeen belang van het Koninkrijk, waaronder de in artikel 43 lid 2 van het Statuut bedoelde waarborging van de deugdelijkheid van bestuur. Schotte:

,,De gouverneur kan echter slechts als Koninkrijksorgaan ingrijpen in landsaangelegenheden op grond van artikel 43 lid 2 Statuut na daarop overeenkomstig artikel 51 van het Statuut gerichte besluitvorming in de Raad van de Ministers van het Koninkrijk.”

De premier stelt vast dat ten tijde van de voordracht ‘kennelijk niet is gebleken van enige aanleiding voor de toepassing van het bepaalde in artikel 15 van het Reglement van de Gouverneur van Curaçao’.

Bron: Antilliaans Dagblad
Zie ook: Dossier: Veiligheidsdienst Curaçao (VDC)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *