Vestigingswet is niet racistisch

Bosman wuift beschuldiging discriminatie weg

Andre bosman27112013DEN HAAG — De vestigingswet voor Curaçaoënaars, Sintmaartenaren en Arubanen is niet racistisch. Dat schrijft VVD-Tweede Kamerlid André Bosman in antwoord op vragen van de Tweede Kamer, waarin hij meteen ook reageert op kritiek uit de drie landen en belangenorganisaties in Nederland. De Tweede Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie bekijkt aanstaande woensdag in hoeverre het wetsvoorstel klaar is voor een algemeen debat en stemming.

Advertentie

De belangrijkste kritiek, namelijk dat er sprake zou zijn van rassenwetgeving, wijst Bosman meteen van de hand.

De initiatiefnemer neemt ferm afstand van de suggestie dat het hier zou gaan om rassenwetgeving. Er wordt geen direct of indirect onderscheid gemaakt op grond van ras, maar op grond van het land van herkomst binnen het Koninkrijk. Een zelfde onderscheid wordt gehanteerd door de andere landen van het Koninkrijk in hun vestigingsregelingen”, schrijft hij.

De wet is volgens Bosman dan ook niet in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens of andere internationale verdragen, zoals onder meer door de Staten van Curaçao, Aruba en St. Maarten werd ingebracht.

De vestiging van Caribische Nederlanders in Nederland is naar Europees recht te kwalificeren als een zuiver nationale aangelegenheid.”

Omdat er geen sprake is van een onderscheid op grond van etnische afkomst, is er ook geen gevaar voor willekeur of etnisch profileren, dat belangenorganisatie OCaN als gevaar noemde.
De wet wordt pas toegepast als iemand met justitie in aanraking komt of een bijstandsuitkering aanvraagt, reageert Bosman.
In zijn argumentatie voor de wet verwijst Bosman vaak naar de vestigingseisen die gelden voor Nederlanders die zich op Curaçao, Aruba en St. Maarten willen vestigen. PvdA, D66, CDA en ChristenUnie wezen op het verschil tussen de landen.
Bosman erkent dat er grote verschillen in omvang en economische omstandigheden zijn tussen de drie Caribische landen en Nederland, maar dat Nederland daarmee nog steeds het recht heeft om vestigingseisen te stellen.
Ook binnen Europa zijn afspraken gemaakt over vrij verkeer van EU-burgers maar gelden er beperkingen voor de toegang tot sociale voorzieningen en waarborgen voor de veiligheid.
Een klein land als Luxemburg heeft daarin dezelfde rechten als het grote Duitsland, aldus de VVD’er.

Noodzaak
Een ander belangrijk punt van kritiek betreft de noodzaak van de wet en de wijze waarop de wet zal helpen bij het oplossen van een probleem.
Zo gaven de OCaN, maar ook de Arubaanse rechtsgeleerde Mito Croes aan dat de migratie van kansarme jongeren helemaal niet stijgt en plaatsten ze ook vraagtekens bij de oververtegenwoordiging in de criminaliteit of werkloosheid.
Van de politieke partijen vroeg het CDA naar de urgentie van de wet en wilde de SP weten of vestigingseisen daadwerkelijk zullen helpen bij het oplossen van het integratieprobleem.
Bosman verwijst in zijn antwoord naar het jaarrapport van het Sociaal Cultureel Planbureau over integratie in 2011.

Volgens het SCP vormen de Antilliaanse Nederlanders die lang in Nederland wonen geen probleem, maar is er hoge werkloosheid en een oververtegenwoordiging in de criminaliteit van de groep die nog niet zo lang in Nederland woont.
En zelfs als er de afgelopen jaren minder kansarme jongeren naar Nederland migreerden zijn vestigingseisen noodzakelijk, aldus Bosman.

Het feit dat de migratiedruk vanuit de Caribische landen op dit moment minder groot is dan enkele jaren geleden, betekent niet dat hiermee de urgentie voor het nemen van maatregelen weg zou zijn. Het gaat er om het juiste instrumentarium voorhanden te hebben voor het reguleren van de vestiging en het vergroten van het bewustzijn over de keuze voor migratie naar Nederland.”

Bosman geeft tot slot aan dat hij nog steeds hoopt op een Rijksregeling voor personenverkeer die ook de instemming heeft van de andere landen, maar dat initiatieven hiertoe de afgelopen jaren weinig hebben opgeleverd.

Zoals ook opnieuw blijkt uit de reactie van de parlementen van de andere landen van het Koninkrijk valt er vooralsnog geen steun te verwachten voor het ontwikkelen van een Rijksregeling bij de Caribische landen. Hierdoor is een nationale regeling vooralsnog het enige haalbare”, aldus Bosman.

bron: Amigoe

Advertentie

To Top

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *