Vijf aanpassingen reparatiewetgeving bvz

BZV-2013

Vijf aanpassingen reparatiewetgeving bvz

WILLEMSTAD — De basisverzekering ziektekosten (bvz) wordt in de reparatiewetgeving, die eerder deze week bij de Staten werd ingediend, op enkele punten aangepast. Niet alleen gaat de premie voor gepensioneerden omlaag, maar aan de andere kant worden ook medische behandeling in het buitenland en brillen en tandheelkundige zorg voor een deel van de bvz-verzekerden geformaliseerd.

In de reparatiewetgeving wordt de kring van verzekerden aangepast. Conform het voorstel zullen alleen personen die verzekerd waren bij een publieke zorgverzekeraar worden meegenomen in de bvz. Dit geldt ook voor personen die niet elders verzekerd zijn tegen ziektekosten. Privé-verzekerden en ingezetenen die verzekerd zijn bij hun werkgevers blijven als zodanig verzekerd. Verder wordt de inkomensonafhankelijke premie van werknemers aangepast van 3 naar 4 procent, van gepensioneerden van 10 naar 6,5 procent en van zelfstandigen van 12 naar 13 procent.

Ook wordt de nominale premie van 82 gulden per 1 januari 2015 afgeschaft. Verder gaan ook ministers en Statenleden, maar ook voormalige gezagsdragers vallen onder de bvz. In de reparatiewetgeving wordt de mogelijkheid van brillen en tandheelkundige zorg geregeld voor min- en onvermogenden, verzekerden tot achttien jaar en personen die met een aov-pensioen of een pensioenuitkering van een pensioenfonds of verzekeringsbedrijf. Ten slotte wordt de medische behandeling in het buitenland in het nieuwe voorstel voortgezet.

In het hoofdstuk ‘Financieel Overzicht’ wordt op de gevolgen van de verschillende aanpassingen ingegaan. De aanpassing van de kring der verzekerden brengt geen gevolgen met zich mee. Uitbreiding van het medisch pakket met brillen en tandheelkundige zorg kost 9 ton. Dit bedrag zal door de SVB ‘binnen de bestaande kosten’ moeten worden gecompenseerd. Voortzetting van de medische behandeling in het buitenland zal geen gevolgen hebben, omdat de SVB de lokale tarieven zal hanteren, aldus de regering.

De afschaffing van de nominale premie van 82 gulden per verzekerde zal een derving van 6 miljoen opleveren, maar zal worden gecompenseerd door de verhoging van de inkomensafhankelijke premie voor werkgevers, werknemers en zelfstandigen. De verlaging van de premie voor gepensioneerden van 10 naar 6,5 procent en de introductie van een gliding scale voor premieheffing kost samen 17,3 miljoen gulden en wordt opgevangen door een drietal maatregelen, namelijk verhogen van de premie van werknemers en zelfstandigen met 1 procentpunt (levert 11,5 miljoen op), verhoging van de premiegrens van 100.000 naar 150.000 gulden (4 miljoen) en de resterende 1,8 miljoen wordt gedekt uit het exploitatie-overschot van het Ongevallen Verzekering (OV)-fonds.

Bron: Amigoe

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *