Volkskrant | Comeback van het peronisme: wordt Argentinië een tweede Venezuela?

Peter de Waard


Bezoekers verzamelen zich op zaterdag 27 juli 2019 bij het mausoleum van Evita Duarte de Péron op de Recoleta-begraafplaats in Buenos Aires. Beeld Sarah Pabst/Bloomberg via Getty Images

Zondag draaien de presidentsverkiezingen in Argentinië vooral om de uitzonderlijke economie van het land. Argentinië ging sinds 1827 liefst acht keer failliet. Tegenstanders zien in de grootste kanshebber, de peronist Alberto Fernández, het negende faillissement opdoemen.

‘Don’t cry for me Argentina.’ Elke dag verdringen zich Argentijnen en toeristen bij een van de populairste attracties van Buenos Aires: het graf van Evita Perón in de wijk La Recoleta. Hier wordt menig traantje vergoten. Haar karakter is geromantiseerd in films en musicals. Haar dood op 33-jarige leeftijd heeft van haar een legende gemaakt die moeder Teresa naar de kroon steekt.

In de presidentscampagne wordt haar portret ook nu meegedragen door de aanhangers van de peronist Alberto Fernández en zijn running mate, voormalig president Cristina Kirchner. Zij hebben zich Peróns erfenis toegeëigend. Vooral Kirchner profileert zich als opvolger van de Argentijnse, die uit het volk opklom tot presidentsvrouw en het opnam voor de armen in de samenleving.

Het duo is favoriet bij de presidentsverkiezingen van komende zondag. Volgens opiniepeilingen hebben ze een voorsprong van 20 procentpunten – 51 tegen 31 procent – op de huidige president Mauricio Macri. Die wilde juist korte metten maken met het voor de economie zo desastreuze peronisme. Maar na één periode moet hij weer het veld ruimen.

Kapitaalvlucht

Macri had het vertrouwen in Argentinië als debiteur willen herstellen. Ondanks hulp van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) is zijn beleid van hervormingen, bezuinigingen en liberaliseringen op een fiasco uitgelopen. De inflatie is 55 procent (15 procentpunt hoger dan onder Kirchner in 2015), de deviezenvoorraad is door massale kapitaalvlucht gekrompen en de buitenlandse schuld van 100 miljard euro hangt als een molensteen om de nek.

Een negende bankroet in de geschiedenis van het land ligt op de loer. Buitenlandse schuldeisers zullen mogelijk opnieuw op hun vorderingen moeten afschrijven. De peso, die sinds de eeuwwisseling al met 98 procent is gedevalueerd, zal verder worden afgewaardeerd.

In crisistijd keren Argentijnen zich weer tot het peronisme, hoewel ze daarmee volgens velen van de regen in de drup raken. Peronisme wordt wel gezien als de oudste vorm van populisme. Zeventig jaar voordat Trump in de VS aan de macht kwam en Boris Johnson zijn campagne voor de Brexit begon, koos de voormalige generaal Juan Perón al voor een beleid van protectionisme, interventionisme en nationaliseringen met als excuus op te komen voor de werkende klasse. Argentinië werd een naar binnen gekeerde economie.

Het werd geen succes. Staatsgrepen maakten een eind aan zijn bewind. Niettemin werd hij in 1973 nog eens herkozen, gevolgd door zijn derde vrouw Isabel. Sinds 1946 is Argentinië de helft van de tijd geregeerd door peronistische presidenten. En het ziet ernaar uit dat het duo Fernández en Kirchner de draad weer oppakt.

Peronist Alberto Fernández (L) en zijn running mate, voormalig president Cristina Kirchner (R) begroeten hun aanhangers tijdens de slotceremonie van zijn campagne in Mar del Plata op 24 oktober 2019. Beeld EPA/Juan Ignacio Roncoroni

Corruptie

Kirchner was al president tussen 2008 en 2015, nadat haar man Néstor ook al vier jaar president was geweest. Zij voerde hoge exporttarieven in op agrarische producten, waarmee ze de boeren tegen zich in het harnas joeg. Ze nationaliseerde de oliebedrijven en ruziede met vele andere landen op het continent.

Net als Evita Perón nam ze het op voor de armen, terwijl ze zichzelf uitdoste in de nieuwste mode uit Parijs en Milaan. Het leidde tot beschuldigingen van corruptie. Nog altijd liggen er negen rechtszaken van belangenverstrengeling, witwassen en zelfverrijking tegen haar, die ze als vicepresident snel wil afdoen.

Hoewel ze officieel naast Alberto Fernández staat, is de rolverdeling onduidelijk. Waarnemers denken dat Kirchner de machtigste Argentijn zal worden. Macri heeft in de campagne geen goed woord voor haar over. Voor de radio vergeleek hij afgelopen week Kirchners economisch beleid met het ‘overdragen van de boekhouding aan je echtgenote’. ‘En in plaats van dat zij de rekeningen betaalt, pakt ze de creditcard en koopt en koopt en koopt totdat de bank aanklopt en je huis gaat veilen.’

Kirchner reageerde fel en noemde het de opmerkingen van een machirulo, een seksist. Ze heeft een bijzondere hekel aan Macri, die uit een rijke familie komt, en weigerde in 2015 zelfs de plichtplegingen na te komen die bij de overdracht van de macht aan een nieuwe president horen.

Venezuela

De buitenwereld is er allesbehalve gerust op dat Kirchner en Fernández de problemen van het land echt zullen aanpakken. Argentinië zou zelfs een tweede Venezuela kunnen worden. Hun beleid is de uitgaven te vergroten en de buitenlandse schulden te saneren. Zowel de tekorten op de begroting als de lopende rekening zouden daardoor toenemen. En van het IMF moeten ze niets hebben.

Wim-Hein Pals, hoofd opkomende markten van beleggingsinstelling Robeco, vreest dat de Argentijnen onder dit duo het paard weer achter de wagen zullen spannen en een heilloze weg van hyperinflatie zullen inslaan. ‘Wij zijn al op voorhand uit deze markt gestapt. Macri had de economie de goede richting opgestuurd. Hij had alleen de vruchten daarvan nog niet kunnen plukken.’

Door de handelsoorlog, ontketend door de VS, verschoof ineens het sentiment en keerde iedereen zich van de opkomende markten af. ‘Argentinië kon zijn schulden niet meer doorrollen’, legt Pals uit. ‘Burgers werden ongerust en lieten de eigen valuta vallen.’ In plaats van door de zure appel heen te bijten en de president van dienst, Macri, dit keer niet op hun onderbuikgevoelens af te rekenen, keren de Argentijnen zich weer tot de populisten. ‘En die kiezen voor de korte termijn’, zegt Pals. ‘Fernández en Kirchner zijn mensen die je niet wilt zien. En ze voeren beleid dat je ook niet wilt zien.’

DE ARGENTIJNSE PARADOX

Een van de populairste en succesvolste mensen op aarde is een Argentijn: voetballer Lionel Messi. De paus is een Argentijn. En de Nederlandse koningin Máxima komt uit het land.

De potentie van Argentinië is blijkbaar enorm, niet alleen in menselijk kapitaal maar ook in natuurlijke rijkdommen en vruchtbare aarde. Eind 19de eeuw was Argentinië, gerekend in bbp per inwoner, rijker dan alle Europese landen, uitgezonderd Groot-Brittannië. Immigranten togen en masse naar het nieuwe aardse paradijs met zijn vele klimaatzones. Buenos Aires was een van de machtigste steden ter wereld en er stroomde zo veel buitenlands geld binnen dat er onvoldoende projecten te vinden waren om in te investeren. Het land kende een liberale democratie en een uitstekend onderwijssysteem.

Tot 1929 bleef het land tot de tien rijkste landen in de wereld horen. Daarna ging het bergafwaarts. In 1962 was het al uit de top weggevallen, maar was het bbp per inwoner nog hoger dan dat van Japan, Oostenrijk of Italië. Nu staat het land in bbp per inwoner (opgave IMF) op de 64ste plek, net achter Equatoriaal-Guinea en net voor Iran. De koopkracht is 40 procent van dat van een Europees land.

Het wordt de ‘Argentijnse paradox’ genoemd. ‘Er zijn vier soorten economieën in de wereld: ontwikkelde, onderontwikkelde, Japan en Argentinië’, zo zegt Alan M. Taylor, hoogleraar economie aan de universiteit van Californië (UCLA), die hiervoor in 2014 een verklaring probeerde te geven onder de titel De Argentinië-paradox: microverklaringen en macropuzzels.

De neergang van Argentinië in de laatste honderd jaar loopt parallel met de opkomst van Japan. ‘In termen van historisch economisch beleid is Argentinië de plek waar alles wat mis kon gaan, ook daadwerkelijk misging. In dit wonderlijke laboratorium hebben voor lange periodes tientallen potsierlijke economische experimenten plaatsgevonden met vaak enorme consequenties’, aldus Taylor.

Een van de hoofdoorzaken voor het falen van de Argentijnse economie is in zijn ogen protectionisme. Het aandeel van de buitenlandse handel in het bbp daalde in honderd jaar van ruim 100 naar 20 procent door import- en exportheffingen. Vanaf de jaren dertig probeerde Argentinië ook industrieel zelfvoorzienend te zijn, wat ten koste ging van de agrarische ontwikkeling. Het leidde tot grote kapitaaltekorten die met buitenlandse leningen werden gefinancierd. Inmiddels is de Argentijnse landbouwsector zich overigens aan het herstellen door belastingverlagingen onder de huidige president Macri.

Vanaf 1976 deed zich telkens hetzelfde scenario voor: oplopende inflatie, wantrouwen in de eigen munt, politieke onrust, renteverhogingen en een faillissement waarna met een nieuwe of afgewaardeerde munt onder een volgend leider schoon schip wordt gemaakt. En meestal vervalt die – links of rechts, burger of militair – al snel in dezelfde fout.

Bron: Volkskrant

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *