Volkskrant | Nerveus Curaçao aarzelt om Venezolaanse buren helpende hand toe te steken

Kees Broere

Oppositieleider en president Juan Guaido zwaait naar het publiek tijdens een demonstratie tegen de regering van de voormalig president Nicolas Maduro | REUTERS

REPORTAGE CURAÇAO – Curaçao kijkt met argusogen naar de ontwikkelingen in het nabijgelegen Venezuela. Het Caribische eiland wil de helpende hand bieden, maar niet zelf ten prooi vallen aan de onrust.

De stoere Anaconda’s zijn precies op tijd. De nieuwe terreinwagens van het Nederlandse ministerie van Defensie kwamen vorige week aan op Curaçao. Over een paar dagen krijgen ze een trotse perspresentatie. Ook op Aruba en Sint Maarten, de andere autonome Caribische landen, zullen de Anaconda’s binnenkort gaan rijden.

Maar wacht. Dat Nederland binnen het koninkrijk zowel Buitenlandse Zaken als Defensie voor zijn rekening neemt, dus ook voor de Caribische eilanden, dat is bekend. Maar de verdediging in ‘de West’ is toch een zaak van Kustwachtschepen? En draait vooral toch om de strijd tegen internationale drugshandelaren?

In rustige tijden wel. Maar dit zijn voor de zogeheten ABC-eilanden (Aruba, Bonaire en Curaçao) allesbehalve rustige tijden. Minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken liet recent niet toevallig de Tweede Kamer weten dat Nederland is ‘voorbereid’ om de Caribische delen van het koninkrijk te verdedigen, mocht president Nicolás Maduro van Venezuela iets kwaads in de zin hebben.

En misschien geldt het zelfs wel andersom. De ABC-eilanden liggen slechts enkele tientallen kilometers van de Venezolaanse kust. Curaçao kent een Amerikaanse luchtmachtbasis, officieel bedoeld als wapen tegen de Latijns-Amerikaanse drugshandel. Mocht Donald Trump militaire plannen voor Venezuela hebben, dan zal met het Caribische deel van het koninkrijk ook Nederland hiermee rechtstreeks te maken krijgen.

Curaçao, het autonome eiland met zo’n 160 duizend inwoners, wil het liefst de vrede bewaren. Het land heeft in de afgelopen eeuwen voldoende te stellen gehad met militaire avonturiers en zelfverklaarde revolutionairen die het eiland als springplank dachten te gebruiken om in Venezuela amok te maken. De huidige regering, van premier Eugene Rhuggenaath, is behoorlijk nerveus door de oplopende spanningen met de grote buurman.

Humanitaire hulp

Dat blijkt bijvoorbeeld in de discussie over de rol die Curaçao als ‘humanitaire hub’ kan spelen voor hulp aan Venezuela. Vorige week verklaarde de regering-Rhuggenaath hiertoe ‘zelfs bereid’ te zijn. Maar toen verschillende media hieraan dit weekeinde herinnerden, kwam de regering laat op de zondagavond met een nieuwe verklaring, waarin zij aangaf nú nog helemaal niet bij enige vorm van humanitaire hulp betrokken te zijn.

‘Zeker niet in confronterende sfeer met de bedoeling daardoor een reactie uit te lokken van het Venezolaanse leger’, zo voegde Rhuggenaath er tegenover het Antilliaans Dagblad veelzeggend aan toe. Ook zonder wapengekletter heeft Curaçao al meer dan genoeg te stellen met de problemen aan de overkant van de Caribische Zee.

Nog dagelijks komen op het eiland niet alleen harddrugs maar ook illegale Venezolanen aan. Niemand kent hun precieze aantal, maar de Curaçaose regering blijft zeggen dat zij deze mensen geen asiel kan bieden en zelfs voor tijdelijke opvang te weinig middelen heeft. Een verdieping van de crisis in Venezuela geeft het Caribische eiland in dat opzicht ‘grote zorgen’, vooral door ‘de gevolgen die wij daarvan momenteel in onze eigen samenleving voelen’, aldus de regering.

Burgeractivisten, zoals Ieteke Witteveen van de organisatie Human Rights Caribbean, houden vol dat Curaçao zijn verantwoordelijkheden moet nemen en niet zoals nu ‘nog elke dag zo’n vijf mensen’ moet dwingen om naar Venezuela terug te keren. ‘Je zou hopen dat men nu soepeler is’, zegt Witteveen, ‘maar het beleid is echt vreselijk repressief.’

Ook de legaal op Curaçao wonende Venezolanen vinden dat het Nederlandse koninkrijk zich barmhartiger dient op te stellen. ‘Ik ben echt ontzettend boos’, zegt Kees van Santen, een man met een Nederlands paspoort die zo’n 35 jaar in Venezuela woonde en werkte voordat hij twee jaar geleden met zijn Venezolaanse gezin naar het Caribische eiland overstak.

Poorten open

‘Natuurlijk kun je niet alle poorten van Curaçao zomaar openzetten’, meent Van Santen. ‘Maar toen het goed ging in Venezuela, heeft het dit eiland heel wat dollars opgeleverd. En nu trekt men overal de handen van af. Ik zeg niet dat Curaçao plek heeft voor een miljoen Venezolanen. Maar een paar duizend, voor een poosje, totdat het weer beter gaat, dat zou toch best moeten kunnen?’

Als het om Venezuela gaat, heeft Curaçao momenteel eigenlijk alleen belangstelling voor olie. Maar door de crisis in het Latijns-Amerikaanse buurland ligt op het eiland de economisch belangrijke raffinaderij, tot eind dit jaar gehuurd door de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PdVsa, al tijden zo goed als stil. De jongste Amerikaanse sancties tegen Venezolaanse olieopbrengsten komen Curaçao extra slecht uit.

Ruim twee weken geleden kwam premier Mark Rutte zijn Curaçaose collega een hart onder de riem steken door met een flinke zakendelegatie uit Nederland een bezoek aan Curaçao te brengen. Het was balsem op de gekwelde economische ziel van het Caribische eiland. Maar vrijwel direct daarop braken in diverse sectoren stakingen uit, in acties die, zo menen de kenners, door diverse vakbonden en de politieke oppositie als heel bewuste verstoring zijn gecoördineerd.

Tropische ziektes
En of dat allemaal nog niet genoeg is, vreest Curaçao nu ook de komst van tropische ziektes die in de regio al een poos niet meer voorkwamen, maar die door de vrijwel ingestorte medische zorg in Venezuela weer de kop opsteken en makkelijk de overtocht van zo’n 80 kilometer naar het eiland kunnen maken. Dat zou een extra belasting betekenen voor de eigen bevolking. Maar het zou ook het toerisme, de enige economische sector die momenteel groei kent, negatief kunnen treffen.

Meer dan genoeg redenen dus voor Curaçao om gespannen de ontwikkelingen in Venezuela te volgen. ‘We weten dat onze buren in Venezuela zeer gepassioneerde mensen zijn’, stelt de regering. Maar ook: ‘De regering van Curaçao zal te allen tijde opkomen voor de belangen van de bevolking van Curaçao.’ Het Caribische eiland wil graag eindigen aan de goede kant van de geschiedenis. Zonder daarbij zelf kopje onder te gaan.

Bron: Volkskrant

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *