Wet roept vragen op over CBCS

Geldtransactiekantoren en meldplicht geldtransport

wetten-5

Wet roept vragen op over CBCS

Willemstad – De rol van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS), de samenwerking met Sint Maarten binnen de monetaire unie, de rol van de politiek en de beschrijving van goederen die ingevoerd worden waren de belangrijkste aandachtspunten in de Statenvergadering die gisteren ging over de Landsverordening aanmeldingsplicht van grensoverschrijdende geldtransporten en de Landsverordening toezicht geldtransactiekantoren. Alex Rosaria (PAIS) bracht naar voren dat in het kader van checks and balances de rol van de CBCS ingeperkt moet worden omdat het niet zo kan zijn dat de CBCS controle uitvoert op geldtransactiekantoren, tegelijkertijd meldplichtig is aan het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT), maar ook bevoegd is informatie op te vragen bij het MOT.

Ook beklaagde Rosaria zich over de manier waarop invulling gegeven wordt aan de monetaire unie met Sint Maarten. Volgens hem functioneert deze niet en zou er veel meer met elkaar afgestemd moeten worden.

Zo ook voor wat betreft wetgeving over de geldtransactiekantoren die straks wel op Curaçao van toepassing is, maar niet op Sint Maarten. Verder heeft het PAISStatenlid er moeite mee dat in een van de landsverordeningen de minister van Justitie ‘in charge’ is als het gaat om een strafbare feiten. Rosaria zou deze willen vervangen door de procureur- generaal (PG).

,,De politiek moet zoveel mogelijk uit de wetgeving blijven”, zo meent hij.

Nadat de minister van Financiën op deze punten is ingegaan, heeft Rosaria ingezien dat de CBCS in elk geval in de wetgeving opgenomen moet blijven waar het gaat om de controle op de geldtransactiekantoren, temeer omdat de CBCS ook onderzoek moet kunnen doen als er vermoedens zijn van duistere zaken.

Rosaria diende uiteindelijk een amendement in met daarin twee punten opgenomen, die ook door de regering zo zijn overgenomen. Het belangrijkste punt betreft het opvoeren van de minister van Justitie in de wet. Dit wordt vervangen door PG.

Rosaria benadrukt dat dit ook vooral is om de positie van de minister te beschermen, anders zou hij misschien persoonlijk bij strafzaken betrokken kunnen raken. Het andere punt betreft het vervangen van een woord in de wettekst.

‘CBCS is instituut, niet persoon’

Ook Gerrit Schotte (MFK) had moeite met de rol van de CBCS, maar dan om andere redenen. Volgens hem kan een instituut als de CBCS geen controlerende taken hebben als het zelf onderhevig is aan strafrechtelijk onderzoek, de eigen interne controle niet op orde heeft en als er ernstige misstanden plaatsvinden. Jardim had hier direct antwoord op:

,,Het gaat niet om de persoon van de bankpresident of om incidenten die zich binnen de CBCS al dan niet afspelen. Het gaat erom dat een controlerend instituut aangewezen wordt. Dit staat buiten het al dan niet onderhevig zijn aan onderzoek van dit instituut. We kunnen onmogelijk om deze reden de wetgeving aanhouden.”

Verder heeft Jardim bevestigd dat in de nieuwe Statuten van de CBCS een beperking is aangebracht van de zittingsduur van een bankpresident. Was dit bij de Bank van de Nederlandse Antillen (BNA) nog tot de pensioenleeftijd, nu mag een bankpresident twee periodes van zeven jaar zitten.

Statenlid Omayra Leeflang had vooral moeite met een artikel waarin aangegeven wordt dat er bij een Landsbesluit houdende algemene maatregelen (LBham) voorwaarden vastgesteld worden op basis waarvan een geltransactiekantoor vrijgesteld wordt van het moeten houden van een vergunning.

,,Ik vertrouw dat niet. We moeten eerst een wet aannemen waarna een minister, zonder tussenkomst nog van de Staten, via een LBham eigen voorwaarden kan opstellen voor vrijstelling voor een vergunning.”

Verder had het Statenlid vragen bij de praktische uitvoering van de controle door de douane op de invoer van goederen met een waarde van meer dan 20.000 gulden.

,,Want wat doet de douane als ik aan elke vinger van mijn hand waardevolle ringen draag? Zijn de douaniers al getraind trouwens? En hoe wordt het volk hierover ingelicht?”

Vragen die niet alleen van Leeflang kwamen, maar meer Statenleden bezighielden. Voor wat betreft de voorbereiding van de douane wacht de minister van Financiën nog op de hulp van de Nederlandse douane om de Curaçaose douaniers op de nieuwe taak voor te bereiden. Hier zijn nog gesprekken over gaande.

Waar het gaat om binnenkomen met dure ringen, dan is het aan de persoon zelf om dit aan te geven. Gebeurt dit niet, dan heeft de douane hier voorgeschreven procedures voor. Is de persoon met de artikelen ook al het land uit gereisd, dan had hij vooraf kunnen aangeven dat hij ook weer met de artikelen binnen zou komen.

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *