Who is to blame?

Door: Buitenland Redactie

Het is pijnlijk voor de Curaçaose regering dat de politieke onenigheid mede in de eigen gelederen broeide. Wat broeit er nog meer? De regering wordt gecontroleerd door de Staten in het parlementaire stelsel. Als er geen meerderheid meer is in de Staten die de regering steunt, moet de regering zijn ontslag aanbieden. Dat volgt uit de vertrouwensnorm. Tegenover de vertrouwensnorm staat de ontbindingsnorm, het recht van de regering om de Staten te ontbinden. Blijkbaar wil de Curaçaose regering geen zakenkabinet, maar wil de kwestie voorleggen aan de kiezers. Natuurlijk in de hoop dat dezelfde regering weer aan de macht komt met Statenleden die elastischer kunnen optreden. Bovendien kunnen de bezuinigingen worden uitgesteld en kan elke politieke partij alles uit de kast trekken om de macht te krijgen. Bij een conflictontbinding gaat het kabinet in beroep bij de kiezer. De meeste conflicten doen zich meestal voor tussen volksvertegenwoordiging en regering of tussen coalitiepartners van de regering.

De Staten worden ontbonden in de volgende gevallen.

  1. bij een onoplosbaar conflict tussen ministers en de Staten. Dat is hier het geval.
  2. als behoefte bestaat aan vervroegde verkiezingen (zoals bij de ontbinding tijdens het kabinet-Eman in oktober 1988 en bij het tweede kabinet-Oduber in april 1994).

Bij periodieke verkiezingen worden de Staten niet ontbonden. Als de zittingstermijn van de Staten voorbij is biedt het kabinet aan de vooravond van de (reguliere) verkiezingen ontslag aan.

 

Oog om oog, tand om tand

Het is interessant om te zien of de Staten nog demissionaire ministers naar huis zullen sturen, zoals gebeurde in 2004. De regering van Maria Louisa-Godett, die aantrad in juli 2003, viel na 9 maanden. Het coalitiekabinet werd gevormd door de ‘Frente Obrero y Liberashon 30 di mei (FOL), de PNP en de PLKP. Maria Godett werd premier toen haar broer Anthony Godett, dat niet kon worden wegens een veroordeling tot gevangenisstraf van een jaar voor fraude, het aannemen van steekpenningen en witwassen.
De minister van Justitie van de ‘Frente Obrero y Liberashon 30 di mei (FOL) Komproe had Nelson Monte, die tot 3 jaar gevangenisstraf was veroordeeld wegens fraude, maanden lang ten onrechte in het ziekenhuis gehouden. De coalitiepartners en de oppositie vonden dit een zeer ernstig voorval. Uiteindelijk werd in de Staten met een overweldigende meerderheid een motie van wantrouwen aangenomen tegen Komproe. Hij moest alsnog demissionair naar huis.

Er zal nog een aanzienlijk aantal (on)aangename verrassingen volgen, want wie weet welke al dan niet gefingeerde lijken nog uit de kast gaan vallen? Over een weer zal veel met modder worden gegooid. Er liggen nieuwe mogelijkheden voor de PAR en Pueblo Soberano, maar ook de nodige politieke valkuilen.

Artikel 53 Staatsregeling

1. De Staten kunnen bij landsbesluit worden ontbonden.

2. Het besluit tot ontbinding houdt tevens de last in tot een nieuwe verkiezing voor de ontbonden Staten en tot het samenkomen van de nieuw gekozen Staten binnen drie maanden.

3. De ontbinding gaat in op de dag waarop de nieuw gekozen Staten samenkomen.

4. De zittingsduur van na ontbinding optredende Staten wordt bij landsverordening vastgesteld; de termijn mag niet langer zijn dan vijf jaren.

 

Memorie van Toelichting

Artikel 53

Het eerste lid van dit artikel geeft aan dat de Staten tussentijds bij landsbesluit kunnen worden ontbonden, hetgeen de ministeriële verantwoordelijkheid voor een zodanig besluit weergeeft.

Het betreffende landsbesluit houdt blijkens het tweede lid voorts de last in tot oproeping van een nieuwe verkiezing en tot het samenkomen van de nieuw gekozen Staten binnen drie maanden. Deze bepaling waarborgt de continuïteit van het parlement, omdat de Staten ook na het ontbindingsbesluit moeten blijven functioneren totdat de nieuw gekozen Staten samenkomen. De Staten kunnen ondanks het besluit tot ontbinding allerlei zaken blijven afdoen, en in functie zijn voor het geval zich bijzondere omstandigheden voordoen. Het derde lid bevestigt hetgeen hiervoor met betrekking tot het tweede lid is gesteld, namelijk dat de ontbinding pas ingaat op de dag waarop de nieuw gekozen Staten samenkomen.

Het vierde lid opent de mogelijkheid dat bij landsverordening een kortere of een langere zittingsduur dan vier jaren kan worden vastgesteld voor de nieuw gekozen Staten na een ontbindingsbesluit. De periode kan niet langer zijn dan vijf jaren, omdat de verkiezing anders, gelet op het grondrecht van de kiezers om ten minste elk vier jaar nieuwe Staten te kiezen, onredelijk lang zal worden uitgesteld. Een afwijking van dit recht dient zo minimaal mogelijk te zijn. Een geval waarin bij landsverordening een langere zittingsperiode kan worden vastgesteld, is bij voorbeeld wanneer het tijdstip van het besluit tot ontbinding zodanig is dat de verkiezing in de grote vakantie moet worden gehouden. Een nieuwe verkiezing vier jaren later zal weer in de grote vakantie plaatsvinden, hetgeen niet voordelig is voor de opkomst van de kiezers. Ter oplossing hiervan kan de zittingsduur op korter of op langer dan vier jaren worden vastgesteld

Renee van Aller © 2012

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *